Kafkabrigadier Albert Jan Kruiter wint Van Poelje Prijs
Daar zijn we nu echt trots op! Niks is zo praktisch als een goede theorie: Albert Jan kiest voor een politiek filosofisch onderzoek en laat zien hoe een fundamenteel denker als de Tocqueville betekenis heeft voor de actuele vragen van het openbaar bestuur. Vooral vraagstukken rond decentralisatie, de rol van de staat in de samenleving en actief burgerschap zijn van buitengewoon groot gewicht, zeker als je je begeeft in de frontlijn van het openbaar bestuur.
Hieronder de tekst van het jury-rapport, zoals geschreven door de jury van de Van Poeljeprijs
Kruiter is gepassioneerd door het werk van de Tocqueville. Vanuit zijn soms eigenzinnige interpretatie van de Tocqueville ontwikkelt Kruiter een breed perspectief op de verhouding tussen de democratische samenleving en de democratische overheid. Hij komt zo tot een conceptueel kader dat het mogelijk maakt om actuele discussies in de bestuurskunde over de bestuurlijke organisatie van de verzorgingsstaat een politiek-filosofische bedding te geven. Dit proefschrift herinterpreteert de Tocqueville en laat zijn relevantie zien voor hedendaagse discussies over burgerschap, individualisme, sociaal kapitaal, vrijheid en gelijkheid. Het geeft voeding aan debatten over centralisatie en decentralisatie en over de interventies van de overheid die met de beste bedoelingen burgers in de door haar wenselijk geachte richting stuurt, stimuleert of dwingt. Despotisme dus, van de milde en goed bedoelde soort maar niettemin met grote effecten op burgerschap, sociale cohesie en maatschappelijk initiatief.
Rode oortjes
Alle juryleden hebben dit proefschrift met rode oortjes gelezen en dat is al geen geringe verdienste. Bij de juryleden gingen de gevoelens, naarmate de lectuur vorderde, wel verschillende kanten op. Kruiter heeft immers een a-typisch, misschien zelfs wel idiosyncratisch proefschrift geschreven. We zijn proefschriften gewoon geworden die een beproefd concept op hoog niveau uitwerken: hypothesen en onderzoeksvragen worden met een stevig empirisch apparaat uitgewerkt en monden uit in teksten die qua structuur en opbouw sterk op elkaar lijken. Dit proefschrift wijkt daar helemaal vanaf. Het is een politiek-filosofisch traktaat dat meer gaat over concepten, interpretaties en wenselijkheden, dan over variabelen, indicatoren en data.
De jury beseft goed dat dit soort interpreterende werken soms speculatief en al te conceptueel blijven. Ook Kruiter ontkomt daar niet helemaal aan. Zijn analyse kon meer historisch en minder historiserend zijn: de Amerikaanse context ten tijde van de Tocqueville was heel bijzonder en uniek. Kruiter bekijkt samenlevingen te zeer als uniforme en coherente systemen. Hij had bestuurskundige theorieën over bijvoorbeeld ‘bounded rationality’ meer kunnen gebruiken als verklaringskader voor de uitkomst van debat tussen burgers. Ook laat hij de ondertussen sterk toegenomen rechtsstatelijke arrangementen achterwege die de burger tegen staatsinmenging kunnen beschermen. Wellicht kon zijn analyse ook meer comparatief zijn: Amerika en Frankrijk verschilden immers grondig van elkaar.
Don't try this at home
U merkt dat de jury voorzichtig is om met dit soort proefschrift een nieuwe trend te zetten. Voor dit soort traktaten geldt nog al eens: Don’t try this at home. In de handen van minder begaafde promovendi ontspoort een dergelijke interpretatieve aanpak maar al te vaak tot a-historische speculatie of tot bloedeloze exegese - sommige juryleden herinneren zich maar al te goed hoe het werk van Marx en Engels in het verleden is gebruikt om ontwikkelingen in de maatschappij op dogmatische wijze te duiden. In deze studie is gelukkig slechts sprake van mild dogmatisme. Dat komt ongetwijfeld omdat het werk van Tocqueville is gestoeld op twijfel en niet op zekerheid, maar het is ook omdat Kruiter, geheel in de geest van Tocqueville, soepel schrijft en genuanceerd oordeelt.
De jury heeft daarom, met de grootst mogelijke meerderheid, besloten om dit proefschrift te bekronen. Het laat zien hoe nuttig gedegen kennis van de politieke filosofie voor bestuurskundigen is, een aspect dat vergeten dreigt in de huidige trend tot zeer methodisch en technisch onderzoek. Een politiek – filosofische vorming is een essentieel onderdeel van de intellectuele bagage van bestuurskundigen die kritisch naar de wereld, de overheid en zichzelf willen kijken.
De jury kent de VPJ prijs ook toe omdat het proefschrift aantoont dat bestuurskundigen meer aanwezig moeten zijn in het debat over de organisatie van onze samenleving en dat ze daarbij niet alleen onderzoeker maar soms ook filosoof moeten zijn. We hebben te zeer de neiging ons op te sluiten in onze beperkte technische niches van onderzoek. We hebben te weinig durf om ons in het publiek debat te mengen over fundamentele kwesties en om te tonen dat bestuurskundigen, zoals Kruiter, geheel in de geest van de Tocqueville, de samenleving rode oortjes kunnen bezorgen.
Graag feliciteren we daarom Albert Jan Kruiter en zijn promotores Paul Frissen en Roel in ’t Veld met het winnen van de Van Poelje prijs 2010.
